0020
19-08-1992
v(-n,-s)
Angie Abbink, Lia Kroon
, Architect
Uitgangspunt van het ontwerp is dat
iedere bibliotheek tenminste drie
universele geschriften moet bevatten:
het woordenboek, een atlas, en
de Bijbel (of een ander religieus
boek). Dit is het eerste deel en is
opgevat als het ‘woordenboek’ van de
ruimte. Het manuscript heeft de
duidelijke structuur van een woordenboek,
met lemma’s en woordverklaringen.
De perkamenten rug omvat het woord
‘ruimte’ in verschillende talen.
Die woorden zijn volledig leesbaar
als het boek geopend, d.w.z. uitgeschoven
wordt. Tegelijkertijd
ontstaat de letterlijke ruimte en is
het zoeken begonnen. Als handleiding
is gebruik gemaakt van ‘De woorden;
memoires
van een mislukt wonderkind’, van
Jean-Paul Sartre:
‘Hij had me op de plank van de boekenkast
grote gekartonneerde en met
bruin linnen beklede delen aangewezen.
“Die boeken daar, jongen, heeft
grootvader gemaakt.” Wat een glorie!
Ik was de kleinzoon van een kundig
man, die gespecialiseerd was in het
maken van heilige voorwerpen... Soms
sloop ik dichterbij om eens goed te
kijken naar die dozen, die als
oesters opengingen en dan ontdekte ik
de naaktheid van
hun inwendige organen, bleke en
muffe, lichtelijk bolstaande bladzijden,
overdekt met zwarte adertjes
die inkt dronken en naar paddestoelen
roken. Ik kon nog niet lezen toen ik
al eerbied koesterde voor die
opstaande gesteenten, recht of
schuin, als bakstenen tegen elkaar
gedrukt op de planken
van de boekenkast of deftig uit
elkaar staand als gaanderijen van
menhirs.’
‘The visible makes a
work’s form;
the non-visible it’s
value.’
(Tao Tseking)

