0016
17-08-1992
ZONDER TITEL
Mattie van der Worm

Het ruimtelijk manuscript ziet eruit als een boekomslag met los beklede kaft. Op de kaft is een fotografische afbeelding, zwart-wit, zichtbaar van de ruimte tussen de ogen. Aan de binnenkant is een fotografische afbeelding, zwart-wit, te zien van de wand van een stuwdam. Met aan de binnenkant van de rug van de kaft, een gemonteerde fietsbel. In mijn werk stelde ik toen onder andere het volgende aan de orde: Het menselijke lichaam Het ‘landschappelijke’.

In de werken naar aanleiding van het menselijk lichaam geef ik uitdrukking aan het besef van het kwetsbare, het eindige. Het lichaam zie ik als een ‘begrenzing’.

Als tegenhanger van deze begrenzing zijn er de werken die ik ‘lands chappelijk’ noem. Deze werken geven uitdrukking aan het ‘onbegrensde’.

Met het ruimtelijk manuscript wil ik de plek tussen de ogen onder de aandacht brengen. Daar heerst, in tegenstelling tot de ogen zelf, de stilte van de betekenisloosheid. Ook wat er aan de binnenkant op die plek van de schedel ‘te zien is’ heb ik willen ‘tonen’. Door de fietsbel komt het begrip ruimte op een andere manier in beeld. Het chromen oppervlak van de fietsbeldop weerspiegelt het hoofd van de toeschouwer en de ruimte achter hem. Het geluid van de fietsbel ten slotte, DING DONG , maakt ruimte in tijdsduur hoorbaar.
-MvdW

www.mattievanderworm.nl